« terug naar overzicht
ziekte van Cushing
|

|
|
Bij de ziekte van Cushing produceert de bijnier te veel cortisol (het zogenaamde stresshormoon). Het is bijna zonder uitzondering een gevolg van een tumor in een kliertje dat in de hersenen zit. Dit kliertje stimuleert de bijnier tot een verhoogde cortisolproductie.
De ziekte van Cushing is een aandoening die vooral bij oudere paarden voorkomt.
|
Symptomen
De aangetaste dieren hebben meestal een goede eetlust maar vermageren desondanks. Dit gaat gepaard met een snel verval van spierweefsel. De paarden zijn te traag en drinken en urineren veel. Dit laatste is vaak het gevolg van de insuline resistentie die als complicatie van deze ziekte veel voorkomt. Insulineresistentie leidt tot een hoger suikergehalte in het bloed waardoor het paard meer gaat drinken en meer plassen.
De paarden transpireren veel en hebben vaak uitpuilende ogen als gevolg van een ophoping van vet achter de oogbollen. Een ander typisch verschijnsel is een zeer karakteristieke, lange, ruwe, krulachtige vacht. Vaak is er suiker in de urine aan te tonen, maar er is specialistisch bloedonderzoek nodig om de definitieve diagnose te stellen. De tumor verwijderen is niet mogelijk. Een behandeling met medicijnen (bijvoorbeeld Pergolide) onderdrukt de symptomen en verlengt de levensverwachting.
Voeding
Paarden met de ziekte van Cushing zijn vaak te mager. Omdat deze patiënten minder goed overweg kunnen met glucose, is een rantsoen met minder zetmeel en suikers aan te raden. De vetvertering en vetstofwisseling functioneert goed, vandaar dat een vetrijk rantsoen mogelijk is.Voor magere paarden is een vetrijk rantsoen met een beperkte hoeveelheid zetmeel en suikers, zoals bijvoorbeeld Sanéqui Muscle, een veilige methode om meer energie te geven. Uiteraard naast een gezond aandeel ruwvoer.