NLNederlands

« terug naar overzicht

 

insulineresistentie

Insulineresistentie

 

Paarden zijn van nature continu-eters en geen maaltijd-eters. Daar is de vertering en ook de stofwisseling op aangepast.

Geef je paarden een krachtvoerrijke maaltijd dan stijgt de opname van zetmeel en suikers. Bij een goede zetmeelvertering stijgt de bloedglucose spiegel. Het lichaam reageert hierop door insuline af te geven in het bloed. Insuline zorgt ervoor dat glucose naar de weefsels toegaat, om als brandstof of energievoorraad te dienen. Na de insuline piek daalt de glucose spiegel weer in het bloed.

 

Nu blijkt dat sommige paarden niet goed omgaan met hoge bloedglucose spiegels. Ondanks aanmaak van insuline daalt de glucose in het bloed maar heel langzaam. Men noemt dit insulineresistentie. Insuline wordt wel gemaakt maar de receptoren waar ze hun effect moeten uitoefenen reageren niet goed. Je kunt dit vergelijken met (ouderdoms)diabetes bij mensen.


Insuline resistentie komt voor bij paarden met een overmatige conditie (obesitas). Insulineresistentie en overgewicht zijn beide gerelateerd aan hoefbevangenheid. In een Amerikaans onderzoek bleek dat pony's die hoefbevangenheid ontwikkelden vaker insulineresistent waren dan pony's die geen hoefbevangenheid kregen. Een genetische aanleg wordt vermoedt. Dit fenomeen komt vooral, maar zeker niet alleen, bij sobere paardenrassen voor. Gewichtsverlies geeft meestal snel verbetering. Bij drachtige merries is het tijdelijk heel normaal om een geringe vorm van insuline resistentie te hebben, net als bij zieke paarden. Het is dus feitelijk geen aparte ziekte, maar meer een symptoom.

 

Verschijnselen

Leidt je paard aan één of meerdere van onderstaande aandoeningen dan kan insulineresistentie voorkomen: gevoeligheid voor hoefbevangenheid, vetophopingen rond manenkam ("harde nek") en staartaanzet, hardnekkig overgewicht en lusteloosheid, onwilligheid om te werken. Je dierenarts kan via bloedonderzoek vaststellen of je paard aan insulineresistentie leidt.

 

Inspanning is voor paarden met insulineresistentie erg belangrijk. Hiermee verbeter je de gevoeligheid van de insuline receptoren. Is het paard te dik dan is het zaak om het -onder begeleiding van de dierenarts- af te laten vallen.

Voeding
Controleer de body condition score als je paard insuline resistentie heeft. Een vermageringstraject is dan op zijn plaats en geeft hoogstwaarschijnlijk ook verbetering in de insulinegevoeligheid. Paarden en pony's met insulineresistentie hebben een rantsoen nodig dat weinig suikers bevat. Realiseer je dat ook in gras, hooi en kuil suikers voorkomen. Weidegang moet dus beperkt worden. Hooi en kuil kan op suikers worden geanalyseerd. Een deel van de suiker verdwijnt als je hooi 30 minuten in warm water laat staan.

sanequi-non-obesitas.jpg

 

Alleen ruwvoer bevat vaak te weinig voedingsstoffen, zeker als het ook nog in water is geweekt. Een aanvulling met een zetmeel- en suikerarm krachtvoer is mogelijk, of alleen een supplement met mineralen en vitaminen. Is er sprake van overgewicht dan is Sanéqui Non obesitas een goede keuze om zowel gewicht te verliezen. Overleg voor de juiste voerkeuze met de dierenarts.

Meer informatie over Sanéqui Non obesitas.