|
Iedere paardenfokker streeft naar goed ontwikkelde veulens, die zonder problemen opgroeien en waarbij de moeders gezond blijven.
Na 7-8 maanden dracht maakt het veulen een groei spurt door. Vanaf dat moment heeft de merrie meer voer nodig met de juiste samenstelling van voedingsstoffen voor de groei van het veulen.
Waarschijnlijk betrekt het veulen de benodigde voeding sowieso wel van de merrie. Met het "gewone" rantsoen zullen eiwitten, mineralen en vitaminen dus uit de voorraden van de merrie worden gehaald. Hierdoor raken haar reserves uitgeput en zal haar conditie en weerstand dalen. Zijn er onvoldoende reserves aanwezig dan kan dit de ontwikkeling van het veulen verstoren. Het veulen kan hierdoor met een lager gewicht ter wereld komen.
|